Zucht, het is weer zondag…

Vandaag heb ik met de jongeren van Elim op de Verlenging nagedacht over het thema: Zucht, het is weer zondag… Voor een aantal jongeren is het elke zondag weer een verzuchting, we moeten naar de kerk, we mogen niets etc. Maar als kerk willen we de jongeren en natuurlijk graag bij hebben. Zij zijn volwaardig lid van onze kerk, ze horen erbij! Met dit in gedachte wilde ik de vraag bij hen zelf neerleggen, hieronder globaal wat ik ze voorgelegd heb.

Ik googelde op Tieners en de kerk. Ik kreeg vooral resultaten als erbij betrekken, uitdagen, willen bereiken, relaties leggen enz. Jullie worden als een moeilijk te bereiken doelgroep gezien het lijkt er op dat de jongere er niet bij hoort, maar wel met de mening van de gemeente (de ouderen dus) opgescheept moet worden. De houding van: wij zullen jullie wel vertellen hoe het moet en wat jullie moeten doen.

Dat wil ik omdraaien. Volgens mij zijn jullie oud genoeg om zelf over de gemeente, de kerk, je geloof na te denken. Jullie kunnen richting geven aan de manier waarop er naar jullie wordt gekeken in de kerk. Daarom gooi ik de avond maar een beetje om, niet eerst een lange inleiding met mijn mening en dan vragen. Ik heb eerst vragen die jullie zelf kunnen beantwoorden in kleine groepjes. Daarna willen we naar jullie luisteren en tot slot een klein stukje uit de Bijbel lezen/behandelen.

De vragen
  1. Als ik 30 ben ga ik nog wel/niet naar de kerk, omdat:
  2. Zou jij je vrienden meenemen naar onze kerk?
  3. Voor geloof heb ik de kerk (niet) nodig:
  4. In onze kerk ben ik blij met:
  5. In onze kerk mis ik:
  6. Waarom is onze zondag zo ingericht, zoals die is?
    Denk aan de hele dag
    Denk aan de kerkdienst
Afsluiting

1 Korinthe 12: 15-20 en vs 21-25
Het lichaam van Christus. De gemeente is het lichaam van Christus. Een lichaam functioneert het best als het compleet is. De eerste 5 verzen gaan over onderschatting. De tweede 5 verzen over overschatting.

  • Ik wil met jullie 2 stukjes uit de Bijbel (HSV) lezen, beide uit 1 Korinthe 12. Paulus vertelt het bekende verhaal dat de gemeente van God, een lichaam is. Elk lid van die gemeente is deel van het lichaam. Zijn er onbelangrijke delen van het lichaam? Zijn er onbelangrijke gemeenteleden? Zijn jongeren minder belangrijk dan ouderen in de gemeente?

15 Als de voet zou zeggen: Omdat ik geen hand ben, ben ik niet van het lichaam, is hij daarom dan niet van het lichaam? 16 En als het oor zou zeggen: Omdat ik geen oog ben, ben ik niet van het lichaam, is het daarom dan niet van het lichaam? 17 Als het hele lichaam oog was, waar zou het gehoor zijn? Als het hele lichaam gehoor was, waar zou de reuk zijn? 18 Maar nu heeft God de leden, elk van hen afzonderlijk, in het lichaam een plaats gegeven zoals Hij gewild heeft. 19 Als zij alle één lid waren, waar zou het lichaam zijn? 20 Nu echter zijn er wel veel leden, maar is er slechts één lichaam.

  • Paulus zegt hier dat je zelf niet mag denken dat je minder belangrijk bent in de gemeente. Jij bent een onderdeel van de kerk en bent nodig. Let op, de gemeente kan niet zonder je! Net zo min als dat een lichaam zonder middenhandsbeentje, rechterhersenhelft of kraakbeen kan. Je mag dus niet zeggen ik hoor er niet bij, omdat ik jong ben of omdat ik nog een hoop te leren of noem maar op… Jij hoort erbij.
  • In het vervolg worden de gemeenteleden die denken dat ze belangrijker zijn dan andere gemeenteleden op hun plaats gewezen.

21 En het oog kan niet zeggen tegen de hand: Ik heb je niet nodig, of vervolgens het hoofd tegen de voeten: Ik heb jullie niet nodig.

  • Hier lezen we dat we niet kunnen zeggen ‘ik zit in de kerkenraad, ik ben leiding bij de Verlenging of ik weet meer van de Bijbel, ik doe minder zonde’ ofzo dus ik ben belangrijker dan een ander, of we kunnen wel zonder de ander, de jongeren, jullie.

22 Ja, meer nog, de leden van het lichaam die de zwakste schijnen te zijn, zijn echter juist zeer noodzakelijk. 23 En aan de leden van het lichaam die wij als minder eervol beschouwen, verlenen wij groter eer en onze oneerbare leden krijgen een grotere eer. 24 Onze eerbare leden echter hebben dat niet nodig. Maar God heeft het lichaam zo samengesteld, dat Hij aan het lid dat tekort komt, groter eer gaf, 25 opdat er geen verdeeldheid in het lichaam zou zijn, maar de leden voor elkaar gelijke zorg zouden dragen.

  • Hier zegt Paulus de bijzondere plaats die God heeft voor de onopvallende leden van de gemeente. Een hand of een mond die vallen op, die hebben geen speciale eer meer nodig, maar juist die lichaamsdelen die onzichtbaar hun werk doen krijgen de eer. Jullie zijn lid van onze gemeente, onmisbaar voor de gemeente. Ook jullie, al voel je je soms niet op je plaats binnen de kerk, al twijfel je of het allemaal wel voor jou is, je hoort erbij en God zal je belonen.
  • Ik hoop dat ik vanavond aan jullie uit heb kunnen leggen dat God jullie erbij wil betrekken, dat kan door naar de Verlenging te komen, soms gewoon stil aanwezig te zijn. Jij hebt je plaats hier in de kerk.
Zucht, het is weer zondag...
Zucht, het is weer zondag…